[ een prozagedicht  uit ABSURDIJE  ]

De melding kwam om zestienhonderd uur binnen: bij het aanpalend Staatsgebouw verschenen zonder schroom enige uitgebroken eigen meningen en vrijlopende ideeënstromen, die ter plaatse uitzinnig buiten zichzelf traden.

De Dunkpolitie niettemin was snel aanwezig, want losse gedachten en vrijgevochten denkwijzen dienden weldadelijk en direct te worden ingerekend, gecomprimeerd en geconformeerd tot de kleinst mogelijke ik-status.

Alle verboden reflecties en redespattingen werden gesmeerd getraceerd en onmiddellijk van de eenrichtingsdenkers en het rechtzinnig volgvee afgescheiden, teneinde hoogbesmettelijk verzet met opzet voorkomend te voorkomen.

Onder de kreet ‘Alle elementen elimineren!’ voltrok zich nu een korte inzamelingsactie, waarbij onzachtzinnigerwijze weinig spaarzaam opgetrokken werd tegen alle vermeend voormalige afvallige partijgangers.

Zo werd, als immer, alles zeer zorgvuldig en keurig kies afgeregeld: de ontspoorde kromgeesten werden ter plekke ingepakt en versimpeld tot handzame hersenactivisten met ‘recht op vergetelheid’ – en elders opgeborgen.

De met hoogsensitieve censurele sensoren gewapende Grootinquisiteur-zelf deed de zaak ruimhartig af met een Rede via de Staatsradio: ‘Al uw vrijzinningheden zijn reeds heden onzinnig: uw vrij-dunk gaat in rood gekleed!’ (¹)

De rust echter keerde spoedig weer en al dra wees niets er meer op, dat zo-even eerder enkele afwijkende eigendunkers en vrijdenkers zich hadden gemanifesteerd in het centrum van de Sturende Staatsmacht.

De verplichte ‘Denkwijze 298’ (²) blijft van kracht.

Elke losse vrijheid is met onmiddellijke ingang ingetrokken.

©   floor koedam, 2020

(¹)  Theun de Vries – ‘De vrijheid gaat in het rood gekleed’ (1945) (²)  uit: Anton Koolhaas – ‘Poging tot instinct’ (1956)